Inloggen
VCSW Digitaal
arrow_upward
a192632e69ef-Foto_blog_termijnen_deel_2-1024×320

Het ‘ter-mijnenveld’ van de sociale zekerheid: deel 2

Om orde te scheppen rondom de vele (en vaak korte) aanvraag-, bezwaar- en herzieningstermijnen op het gebied van de sociale zekerheid, kwamen in onze vorige blog de Ziektewet, de WGA en de IVA aan bod. In deel 2 van deze ‘masterclass‘ richten we ons vizier op de compensatieregeling transitievergoeding en de no-risk polis van het UWV. Een sterke bak koffie voordat je gaat lezen kan overigens geen kwaad.

Compensatieregeling transitievergoeding

Sinds 1 april 2020 is de Wet compensatie transitievergoeding Wct van kracht. Werkgevers die een transitievergoeding hebben betaald aan werknemers die ten tijde van ontslag ten minste 2 jaar arbeidsongeschikt waren, kunnen dankzij deze wet bij het UWV aankloppen voor compensatie. De regeling werkt met terugwerkende kracht voor transitievergoedingen die tussen 1 juli 2015 en 1 april 2020 zijn betaald. De aanvragen voor deze ‘oude gevallen’ moeten voor 1 oktober 2020 worden ingediend. Voor nieuwe gevallen geldt een aanvraagtermijn van zes maanden na betaling van de volledige transitievergoeding. De beslissing van het UWV volgt bij nieuwe gevallen binnen 8 weken. Bij oude gevallen is dat 26 weken.

Ruim 900 miljoen euro aan compensaties verwacht

Deze beslistermijn van 26 weken geldt ook voor situaties waarin de arbeidsovereenkomst na langdurige ziekte beëindigd had kunnen worden en waarbij het opzegverbod is verstreken voor 1 april 2020 maar pas na 1 april 2020 is beëindigd en betaald. Voor aanvragen tot compensatie van de betaalde transitievergoeding waarvan het opzegverbod wegens ziekte op of na 1 april 2020 is geëindigd geldt de reguliere beslistermijn van 8 weken. Bezwaar maken tegen de beslissing door het UWV kan binnen 6 weken na dagtekening van de beslissing. Over de periode 2015 tot 2020 worden ruim 66.000 compensaties verwacht van in totaal ruim 900 miljoen euro. Vanaf 2020 is de verwachting dat jaarlijks 17.000 compensaties worden uitgekeerd voor een totaalbedrag van 175 miljoen euro. Per werknemer kan dit oplopen tot 83.000 euro.

No-risk polis

Als werkgever kun je bij ziekte van een werknemer in sommige gevallen een beroep doen op de no-riks polis. Dit houdt in dat je een Ziektewet-uitkering voor jouw werknemer kunt krijgen wanneer hij of zij ziek wordt. De no-risk polis vergoedt 70% van de reguliere loondoorbetalingsverplichting, tenzij anders overeengekomen in de geldende CAO. Bij een WIA-uitkering geldt de no-risk voor de eerste 5 jaar vanaf startdatum uitkering dan wel de eerste 5 jaar na indiensttreding bij een nieuwe werkgever. Treedt iemand binnen 5 jaar na beëindiging van zijn of haar WAO-uitkering bij een werkgever in dienst, dan gelden de eerste 5 jaar van dat dienstverband als no-risk. Voor deze doelgroepen kan de no-risk polis (bij hoge uitzondering) met nog eens 5 jaar worden verlengd.

Terugwerkende kracht

Voor werknemers die zijn opgenomen in het doelgroepregister, zoals mensen met een Wajong-status of WSW-indicatie (Wet Sociale Werkvoorziening), geldt de no-risk polis zolang de registratie duurt, of tot twee jaar na einddatum van de registratie (mits bij dezelfde werkgever). Bij ‘oude Wajong’ers’ is de no-risk polis zelfs tot aan het pensioen van toepassing (aanvraag Wajong vóór 2010). Werkgevers kunnen de no-risk polis vanaf de eerste ziektedag toepassen (met inachtneming van 2 wachtdagen). Mocht een werkgever dit per ongeluk vergeten, dan kan er tot maximaal 52 weken met terugwerkende kracht een beroep op worden gedaan. Hierbij kan wel een boete worden opgelegd van 455 euro voor te late ziekmelding (en indien de werknemer inmiddels is hersteld nog eens 455 euro voor te late herstelmelding).

Compensatieregeling oudere werknemers

Voor oudere werknemers kan gebruik worden gemaakt van een speciale regeling. Nu is het echt even opletten geblazen! Tot voor kort konden werknemers die in dienst kwamen na 8 juli 2009, geboren waren vóór 8 juli 1954 èn direct voorafgaand aan het dienstverband minimaal 52 weken zonder onderbreking een WW-uitkering kregen, bij ziekte na 13 weken aanspraak maken op de compensatieregeling. Na de eerste 13 weken vergoedt het UWV 70% van het loon, net als bij de no-risk polis. De eerste 12 weken zijn dus voor rekening van de werkgever. ‘Voor het gemak’ gold dit in 2018 en 2019 tijdelijk voor mensen die vóór 1 januari 1962 geboren waren. Per 1 januari 2020 gelden de oude eisen weer.

Geen doorbelasting via de gedifferentieerde premie Whk

Maar ook nu zijn we er nog niet, want wie ‘ziekte’ denkt, denkt (in elk geval na het lezen van onze eerdere blogs) meteen ook ‘gedifferentieerde premie Whk’. Maak je namelijk als werkgever, om wat voor reden dan ook, geen gebruik van de no-risk polis, dan worden de betreffende werknemers in principe toch aan jou als werkgever ‘toegerekend’ via deze premie. Dankzij een door ons aangespannen rechtszaak heeft de Hoge Raad vorig jaar echter bepaald dat er alsnog geen doorbelasting mag plaatsvinden via de gedifferentieerde premie.

Wtl-beschikking

Ondertussen zijn de definitieve Wtl-beschikkingen (Wet tegemoetkoming loondomein) ook weer verschenen. Opvallend genoeg is dat een maand of twee eerder dan vorig jaar. De bezwaartermijn is weliswaar met 6 weken ongewijzigd, maar dat kan zo kort voor de vakantie nog een hele toer worden! Heb je deel 1 van onze masterclass gemist en kun je er nog wat energie uit persen? Klik dan hier. Wil je liever meteen contact met ons, bel ons dan even op 070 – 20 45 000. Of plan hier direct een consult van 15 minuten in met één van onze experts!

Receptie: 070 - 26 00 156

Advieslijn: 070 - 20 45 000

Bel mij terug Wij bellen u zo spoedig mogelijk terug.

close

Inschrijven voor ""

Annuleren
close

Neem contact met ons op

Of bel onze advieslijn T: 070 - 26 00 156