Mijn VCSW
arrow_upward

Sectorpremie hoog/laag

De hoogte van de sectorpremie is afhankelijk van het werkloosheidsrisico in de bedrijfs- of beroepssector waarin een werkgever is ingedeeld. Overheidswerkgevers betalen voor overheidswerknemers geen sectorpremie. In plaats daarvan betalen zij de premie Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo-premie).

De volgende sectoren hebben een hoger werkloosheidsrisico dan andere sectoren:

Daarom gelden er voor deze sectoren 2 premiepercentages: een hoog en een laag percentage. Als u werkgever bent in 1 van deze 5 sectoren, bekijkt u per werknemer of u het hoge percentage of het lage percentage moet gebruiken. U gebruikt standaard het hoge percentage. Alleen in de volgende gevallen gebruikt u het lage percentage:
– U sluit een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor ten minste een jaar of voor onbepaalde tijd met uw werknemer. In de arbeidsovereenkomst moet u het aantal arbeidsuren eenduidig vastleggen. U kunt de arbeidsuren per week of per maand vastleggen. U voldoet niet aan de voorwaarden bij een oproepcontract waarin u het aantal uren niet vastlegt, bij een nul-urencontract of bij een min/max-contract (een contract met een aantal vast en variabel te werken uren). U mag dan dus niet het lage percentage toepassen.
– U sluit een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met uw werknemer waarin u het aantal arbeidsuren voor een heel jaar vastlegt. De werknemer hoeft niet elke week of maand evenveel uren te werken. U kunt samen afspreken hoe u de uren wilt spreiden over het jaar. De werknemer moet wel elk loontijdvak recht hebben op een evenredig deel van het loon.
– U sluit een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor maximaal 8 aaneengesloten weken in een kalenderjaar met een scholier of student. Deze student heeft aan het begin van het kwartaal waarin u de overeenkomst sluit, een wettelijk recht op studiefinanciering of op vergoeding van studiekosten, of heeft aan het begin van dat kwartaal recht op kinderbijslag.
– U neemt tijdelijk een buitenlandse student of scholier aan uit een ander land van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, Zwitserland of Liechtenstein. De student is maximaal 8 aaneengesloten weken per kalenderjaar bij u in dienst en is aan het begin van het kwartaal waarin u hem aanneemt, ingeschreven bij een onderwijsinstelling waar hij een voltijdse opleiding volgt.
– U sluit een leer-werkovereenkomst met een mbo-leerling die de beroepspraktijkvorming van de beroepsbegeleidende leerweg volgt.

Als uw werknemer binnen 1 jaar nadat u hem in dienst hebt genomen, recht krijgt op een WW-uitkering omdat de dienstbetrekking bij u eindigt, moet u met terugwerkende kracht tot het begin van de dienstbetrekking alsnog het hoge premiepercentage betalen. Blijft de dienstbetrekking voor een deel in stand? Dan moet u ook met terugwerkende kracht het hoge premiepercentage betalen over het volledige loon: vanaf de datum van het begin van de dienstbetrekking tot het moment waarop recht ontstaat op een WW-uitkering. Zodra het recht op een WW-uitkering ontstaat, betaalt u weer het lage percentage.

Om het lage premiepercentage te mogen gebruiken moet u ook voldoen aan de volgende administratieve voorwaarden:

Meer informatie

Gerelateerde artikelen

bron: handboek loonheffingen 5.3

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Receptie: 070 - 26 00 156

Advieslijn: 070 - 20 45 000

Bel mij terug Wij bellen u zo spoedig mogelijk terug.

close

Inschrijven voor ""

Annuleren
close

Neem contact met ons op

Of bel onze advieslijn

070 - 20 45 000